waterbodem.nl, alles op het gebied van waterbodem, onderzoek, beleid, onderhoud, baggerwerkzaamheden, verwerkingstechnieken, toepassingsmogelijkheden baggerspecie, storten, depots, automatisering, Toelichting subsidieregeling baggerplannen bebouwd gebied

Nieuws
alle berichten
algemeen
baggeren
beleid
depots
kwaliteit
meten en analyseren
normering
protesten en acties
risico's
verwerking

Artikelen
baggerplannen
beleid
NVN5720
probleemstoffen
protocollen
toetsing
veldonderzoek
verwerking

Literatuur
Nieuwsbrieven
Publicaties

Handig
begrippenlijst
afkortingen
klasse-indeling
agenda
normen
vacatures
links

Informatie
colofon
contact





2000-2017 : Wegens tijdgebrek is de info niet overal meer actueel
Toelichting subsidieregeling baggerplannen bebouwd gebied
Aanleiding

Veel gemeenten in Nederland hebben een waterbodemprobleem. Op tal van plaatsen worden zij geconfronteerd met verontreinigde bagger die zij bij voorkeur zo snel mogelijk zouden willen verwijderen, omdat de bagger in toenemende mate een probleem vormt voor de scheepvaart, de waterhuishouding, het milieu of de kwaliteit van de leefomgeving. Gemeenten moeten voor het adequaat uitoefenen van hun baggertaak echter meer kosten maken dan voorheen. Dat komt omdat de bagger meestal verontreinigd is en tegenwoordig niet altijd meer op het land of in het water gestort mag worden, zoals vroeger gebruikelijk was. In plaats daarvan moet de bagger bijvoorbeeld naar een stortplaats worden gebracht of naar een verwerkingsinrichting om de bagger te verwerken tot een nuttig toepasbaar product. Omdat de kosten van baggerwerk geleidelijk zijn toegenomen en het in veel gevallen mogelijk was het baggeren uit te stellen, is in de afgelopen jaren langzaam maar zeker een aanzienlijke stagnatie van het baggeren door gemeenten opgetreden. Alleen de grootste knelpunten worden nog aangepakt. Verder uitstel is echter ongewenst, omdat dit zal leiden tot een bedreiging van functies, tot het onbenut laten van kansen en tot nog hogere kosten.

Verdeling van taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van het onderhoudsbaggerwerk

De meeste oppervlaktewateren in Nederland worden van nature in de loop der tijd ondieper door sedimentatie van slib en plantenresten. Deze natuurlijke verondieping of verlanding kan functies van het water belemmeren. De afvoer-capaciteit van een water neemt bijvoorbeeld af. Dit leidt tot grotere kans op hoog water en tot kleinere stroomsnelheid van het water waardoor verontreinigingen zich gemakkelijker ophopen of verzilting optreedt. Waterschappen hebben tot taak om ervoor te zorgen dat deze functies in stand blijven (kwantiteitsbeheer). Daarvoor is regelmatig onderhoudsbaggerwerk noodzakelijk. Op grond van de Waterschapswet en de waterschapskeur kan het Waterschap eigenaren van grond grenzend aan het water (ingelanden) verplichten tot het uitvoeren van dit onderhoud. In stedelijk gebied heeft dat er in de loop van de jaren toe geleid dat veel gemeenten het onderhoud in de stadswateren uitvoeren. Overigens nemen waterschappen dit onderhoud in toenemende mate zelf ter hand.
De beroeps- en recreatievaart heeft een belang bij voldoende waterdiepte. In verband met de natuurlijk aanslibbing is regelmatig baggeren voor voldoende vaardiepte noodzakelijk. Waar het gaat om de grotere Rijkswateren heeft Rijkswaterstaat de taak deze functie in stand te houden en te zorgen voor bereikbaarheid van havens voor met name de beroepsvaart. Voor de regionale wateren ligt deze taak bij de provincies en in het stedelijk gebied veelal bij de gemeenten. In uitzonderlijke gevallen zijn ook waterschappen wel vaarwegbeheerder. Aansluitend bij hun taak als vaarwegbeheerder zijn gemeenten vaak de instanties die het onderhoudsbaggerwerk van bijvoorbeeld jachthavens verrichten. Al met al levert dit een beheerssituatie op die voor de betrokken partijen vaak niet helder meer is. Er bestaat dan geen gelijk inzicht meer bij die partijen over wat de eigenlijke taak is van waterkwantiteitsbeheerder en vaarwegbeheerder en wat dus de taak van de gemeente, het waterschap en de provincie is.

Verontreiniging van waterbodem en baggerslib

Begin 80-ger jaren werd het duidelijk dat het slib en de bodem van veel Nederlandse oppervlaktewateren vervuild zijn. In een aantal gevallen is deze verontreiniging ernstig te noemen, zijn risico's voor mens en milieu groot en bestaat er een grote kans op verspreiding en herverontreiniging. In dergelijke gevallen is sanering noodzakelijk. Wanneer sanering niet noodzakelijk is, kan het toch voorkomen dat de bodem zodanig verontreinigd is dat het - wanneer het bij het onderhoudsbaggerwerk - als baggerspecie vrijkomt, niet teruggebracht kan worden op de oever van het water of elders in water kan worden verspreid. Andere verwijderingopties zijn dan het gecontroleerd storten in depots, en het verwerken of reinigen tot herbruikbare producten. Deze opties zijn duurder dan het verspreiden in water of op de oever. Dat betekende dat - toen begin 90-er jaren vanuit de milieunormering deze nadere kostenverhogende eisen werden gesteld - het onderhoudsbaggerwerk duurder werd.

Voorafgaand onderzoek

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Vereniging van Nederlandse Riviergemeenten (VNR) hebben het probleem in 1994 aangekaart bij het Rijk. De regering heeft in 1996 onderkend dat de verontreiniging van de waterbodem ertoe heeft geleid dat gemeenten voor het adequaat uitoefenen van hun baggertaak meer kosten moeten maken en dat geen der partijen er mee gediend is als hoge kosten en te beperkte stort- en verwerkingsmogelijkheden leiden tot een onverantwoord oplopend achterstallig onderhoud. Tegelijk achtte de regering het nodig een beter inzicht te krijgen in het probleem. Hiervoor is in opdracht van de ministeries van VROM en V&W gericht onderzoek verricht om het probleem nader in kaart te brengen en oplossingsrichtingen te formuleren.

Bestuurlijke afspraken

Medio 1998 hebben de VNG, de Unie van Waterschappen het IPO en het Rijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de baggerproblematiek in bebouwd gebied op te kunnen gaan lossen. Deze afspraken waren ook nodig omdat het onderzoek liet zien dat de gemeentelijke baggerproblematiek complex is en dat de gemeenten het probleem niet geheel op eigen kracht kunnen oplossen. De betrokken overheden wilden door middel van het maken van bestuurlijke afspraken tot uitdrukking brengen dat zij naar vermogen willen faciliteren om het gemeentelijke onderhoudsbaggerwerk weer op gang te brengen. De afspraken waren erop gericht om het onderhoudsbaggerwerk in de bebouwde kom, dat in de komende tien jaar naar huidig inzicht noodzakelijk is, weer op gang te brengen: het gaat om een inhaalslag. Daarna zullen de gemeenten en waterschappen het baggerwerk weer geheel op eigen kracht uitvoeren.

Gebiedsgerichte samenwerking

In de bestuurlijke afspraken werd geconstateerd dat een aanpak langs onder meer het spoor van gebiedsgerichte samenwerking nodig was. Om de werkelijke omvang van de problematiek op lokale of regionale schaal vast te stellen dient het baggerplan, dat de gemeente met het waterschap, de provincie of Rijkswaterstaat gemeenschappelijk kan opstellen. Zonder inzicht in de beheerstaken ten aanzien van de verschillende wateren en de kwantiteit en de kwaliteit van de te baggeren specie is het moeilijk af te stemmen wie waarvoor verantwoordelijk is, wanneer er gebaggerd moet worden, of er nog bemonsterd moet worden, hoeveel er gebaggerd moet worden in relatie tot de functie van het water en wat dan de verwijdering- en de verwerkingsmogelijkheden zijn. De samenwerking biedt kansen voor een integrale aanpak van de waterloop en voor meer mogelijkheden met betrekking tot de aanleg van een tijdelijk depot, een verwerkingsinrichting, de toepassing en het hergebruik van baggerspecie, transport van bagger of de aanleg van een stortplaats. De samenwerking vergemakkelijkt ook een eventuele herverdeling van onderhoudswerkzaamheden tussen gemeenten en waterschappen en derhalve ook van de kosten daarvan.

Het op gang brengen van het gemeentelijke baggerwerk is niet alleen in het belang van de gemeenten, maar ook van de waterschappen, de provincies en het rijk. Zo is het waterschap reeds verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van het watersysteem waarvan het stedelijk gebied deel uitmaakt. Daarnaast worden de waterschappen ook in het overige deel van hun eigen beheersgebied geconfronteerd met verontreinigde onderhoudsspecie. De waterschappen zijn vanuit hun verantwoordelijkheid binnen het stedelijk gebied bereid om met gemeenten te komen tot het opstellen van gezamenlijke baggerplannen om op die wijze de werkelijke omvang van de problematiek op lokale schaal vast te stellen. Door gezamenlijk onderzoek worden de wederzijdse verantwoordelijkheden duidelijker. Daarbij kan blijken dat de taken en verantwoordelijkheden van het waterschap aanleiding geven om een groter deel van de baggerwerkzaamheden in het stedelijk gebied uit te voeren dan tot nu toe gebruikelijk was. Samenwerking biedt verder kansen voor een integrale aanpak van een waterloop en voor meer mogelijkheden m.b.t. de aanleg van een (tijdelijk) depot, een verwerkingsinrichting, de toepassing en het hergebruik van baggerspecie en storten. Niet onvermeld mag blijven dat de Unie van Waterschappen in de nota Waterschapsbeleid voor waterbodems in onderhoud bij derden (1994/1995) geadviseerd heeft dat waterschappen financieel bijdragen in de kosten van de verwijdering van onderhoudsspecie van derden. Verder bepleit de Unie van Waterschappen in de nota "watercentraal" de belasting van de waterschappen met de zorg voor alle oppervlakte water in het stedelijk gebied. Een intensivering van de werkzaamheden van de waterschappen in het stedelijk gebied ook ten aanzien van de waterbodems kan daarom verwacht worden om zodoende een bijdrage aan de oplossing van de stedelijke waterbodemproblematiek te leveren. Essentieel is dat via planvorming een helder inzicht gaat ontstaan over de verantwoordelijkheids-, financierings- en werkverdeling tussen de gemeenten en waterschappen alsook provincies en eventueel het Rijk. Waar waterschappen in belangrijke mate werkzaamheden en zorg van de gemeenten overnemen is het redelijk dat ook zij van de bijdragen uit deze regeling kunnen putten. Daardoor kan de overgangsproblematiek die vooral ook door het achterstallig onderhoud en de hoge kosten daarvan wordt veroorzaakt, worden verminderd. Deze regeling is daarom niet alleen op gemeenten van toepassing maar ook op waterschappen.

Rijksbeleid

In provinciale plannen en in de Vierde Nota waterhuishouding (Kamerstukken II1998/99, 26401, nr. 1). heeft het rijk het belang onderstreept van "water in de stad". Stedelijke watersystemen zijn belangrijke dragers voor stadslandschappen. Ecologische, landschappelijke en recreatieve waarden vormen de basis voor een hoogwaardig woon-, werk- en leefklimaat in de bebouwde kom en de directe omgeving. Grotere stadswateren en havens vervullen een transportfunctie. De huidige hoeveelheden vervuild slib op de bodem van gemeentelijke wateren belemmert een duurzaam stedelijk waterbeheer. In het Derde Nationale Milieubeleidsplan wordt geconstateerd dat met de voor waterbodemsanering beschikbare middelen, de sanering van veel locaties in rijks- en regionale wateren pas op langere termijn kan worden overwogen. Volgens de nota is het nodig dat voor het vereiste onderhouds- en saneringsbaggerwerk zo snel mogelijk stortcapaciteit gereedkomt en goedkope verwerkingstechnieken beschikbaar zijn.

Regeerakkoord 1998

In het regeerakkoord heeft het kabinet extra middelen voor waterbodemsanering uitgetrokken. Voor de regeerperiode is * 115 mln beschikbaar gekomen(Kamerstukken 1998/99, 25017, nr. 11). Dit bedrag wordt voor een deel besteed aan aanvullende stort- en verwerkingsinrichtingen om verontreinigde baggerspecie uit wateren in beheer bij het rijk, de provincie, het waterschap en/of de gemeente grootschalig te kunnen bergen of verwerken. Zonder landsdekkende infrastructuur voor het bergen en verwerken van verontreinigde specie heeft baggeren en saneren van verontreinigde waterbodem immers geen zin. Een ander deel van de extra middelen wordt de eerstkomende paar jaar ingezet om voorbereidende werkzaamheden uit te voeren voor het oplossen van de achterstand in gemeentelijke wateren en om de regionale waterbodemsanering te stimuleren. Deze subsidieregeling strekt ertoe om * 15 mln van de beschikbaar gekomen extra middelen voor waterbodemsanering in te zetten voor het maken van baggerplannen voor het bebouwde gebied. Het bedrag van É 15 mln is bestemd voor het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling en voor de financiering van de uitvoeringskosten van deze regeling.

Initiatief tot de regeling

Om de opgelopen achterstand in het op diepte houden van wateren in bebouwd gebied, met name vanwege de vervuiling van de bodem van deze wateren, te helpen aanpakken, hebben de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat conform de in de 4e Nota Waterhuishouding geformuleerde doelstelling, gezamenlijk het initiatief genomen om het opstellen van baggerplannen voor deze wateren te bevorderen.

Tot stand koming van de regeling

In nauw overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en, gezien de betrokkenheid van waterschappen bij het beheer van wateren, de Unie van Waterschappen is door beide ministeries, na de diverse in aanmerking komende instrumenten op doeltreffendheid bezien te hebben, hiervoor een subsidieregeling ontwikkeld. Deze regeling is aangekondigd in een brief van de Staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat aan de Tweede Kamer van 11 juni 1999 (Kamerstukken II1998/99, 26401, nr. 10). De wettelijke basis van deze regeling is voor wat de subsidies aan gemeenten betreft, gelegen in artikel 17, vijfde lid, van de FinanciŽle-verhoudingswet. Ingevolge dit artikel kunnen ťťnmalige specifieke uitkeringen aan gemeenten bij ministeriŽle regeling worden geregeld. Aangezien er voor wat betreft de waterschappen geen specifieke formeelwettelijke grondslag aanwezig is, is deze regeling voor waterschappen aan te merken als een beleidsregel.

Doel van de regeling

Met deze regeling wordt voor drie opeenvolgende jaren 2000, 2001 en 2002 de mogelijkheid geschapen om gemeenten dan wel waterschappen een gemaximeerde subsidie te verstrekken als bijdrage in een deel van de kosten van het maken van baggerplannen. Deze plannen bevatten de technische, organisatorische en financiŽle uitgangspunten voor het in een later stadium kunnen uitvoeren van de benodigde bagger-werkzaamheden. In bijlage I bij de regeling is een model baggerplan opgenomen. De middelen voor het uitvoeren van de regeling ad f 15 miljoen worden, ieder voor de helft, ingezet door beide ministeries. Nevendoel van de regeling is verduidelijking van taken en verantwoordelijkheden voor het baggerwerk in het bebouwd gebied.

Inhoud van de regeling

Teneinde de voor subsidie in aanmerking komende gemeenten en waterschappen vooraf een zo duidelijk mogelijk inzicht te verschaffen in de maximale omvang van de subsidie, zijn de beschikbare middelen volgens een verdeelsleutel die gerelateerd is aan de te verwachten kosten voor het maken van de baggerplannen over de gemeenten verdeeld. Vervolgens zijn de gemeenten in een viertal categorieŽn gegroepeerd. Er is een zekere mate van overplanning aangehouden omdat niet alle gemeenten van de regeling gebruik zullen maken. In bijlage II bij de regeling is het maximale subsidie-bedrag per gemeente aangegeven. In de regeling zelf is op deze wijze reeds een zekere financiŽle reservering gedaan voor aanvragers. Daarom kan de uitvoering van de regeling verder eenvoudig worden gehouden. Ter beperking van de administratieve lasten voor de gemeenten en de waterschappen bij het verkrijgen van de subsidie en ter vereenvoudiging van de uitvoering van de regeling door het ministerie van Verkeer en Waterstaat, zal de regeling per aanvraag in ťťn stap worden uitgevoerd. De subsidie-aanvraag gaat gepaard met indiening van het baggerplan, waarop beschikking over subsidieverlening plaatsvindt. Het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) te Lelystad zal de regeling namens de Minister van Verkeer en Waterstaat uitvoeren. De uitvoeringslasten voor het rijk van deze regeling worden bekostigd uit het voor deze regeling beschikbare bedrag en zijn voor het rijk begroot op ongeveer 1% van het beschikbare bedrag voor subsidies. De waterschappen die vůůr 1 januari 2000 al baggerplannen gereed hebben, komen niet voor subsidie in aanmerking omdat anders het beoogde stimuleringseffect onvoldoende gehaald kan worden.

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1, onder e, 5, eerste en tweede lid

Het baggerplan omvat het gehele plangebied of het gedeelte van het plangebied dat binnen het gebied van het waterschap is gelegen. Indien het baggerplan door de gemeente wordt opgesteld moet het betrekking hebben op het gehele plangebied. Indien het baggerplan door het waterschap wordt opgesteld heeft het betrekking op het gehele plangebied indien dat binnen het gebied van het waterschap is gelegen of indien slechts een gedeelte van het plangebied in het gebied waterschapsgebied is gelegen op dat gedeelte. Het baggerplan moet na 1 januari 2000 gereed zijn gekomen om subsidiabel te kunnen zijn.

Artikel 2

Het doel is het tot stand komen van baggerplannen. Het baggerplan dient om per geval helder inzicht te verkrijgen in aard en omvang van de problematiek alsmede in de gewenste oplossingen en de mate waarin partijen hieraan zullen bijdragen. Bijlage I bij de regeling geeft een model baggerplan. Nevendoel van de regeling is verduidelijking van taken en verantwoordelijkheden voor het baggerwerk in het bebouwd gebied. Het baggerplan dient hier ook in te voorzien.

Artikelen 3 en 10

Ten behoeve van de beheersbaarheid is de regeling zowel in tijd als in omvang beperkt. De werkingsduur van de regeling is beperkt tot drie jaar. Het beschikbare budget voor het gedurende werkingsduur van deze regeling verstrekken van subsidies bedraagt É 14.800.000.

Artikel 4

De ťťnmalige subsidie bedraagt in beginsel 50% van de kosten die rechtstreeks aan de totstandkoming van het baggerplan zijn toe te rekenen. Om het risico te beperken op een te willekeurige verdeling van de beschikbare subsidie over de aanvragers is de subsidie per gemeente aan een maximum geboden. Voor het vaststellen van dit maximum is per gemeente gebruik gemaakt van statistische gegevens die relevant zijn voor de kosten van een baggerplan voor bebouwd gebied. Dit zijn oeverlengte van wateren, de zogenaamde omgevings-adressendichtheid en aantallen woonruimten. Na toepassing van deze maatstaven zijn de gemeenten in vier categorieŽn ingedeeld. Voor elke categorie geldt een maximaal subsidiebedrag, zoals aangegeven in bijlage II bij de regeling. Dit bedrag is per gemeente vastgesteld.

Indien het plangebied in het gebied van twee of meer waterschappen is gelegen en overeengekomen is dat het waterschap het baggerplan opstelt, moet de gemeente in overeenstemming met de betrokken waterschappen het voor de gemeente geldend maximumbedrag over de betrokken waterschappen verdelen. Het ligt voor de hand om hierbij uit te gaan van een verdeling naar rato van het oppervlak bebouwd gebied.

Artikel 5, derde en vierde lid

Om zoveel mogelijk administratieve lasten te voorkomen wordt volstaan met een beschikking tot subsidievaststelling en wordt geen beschikking tot subsidieverlening genomen. De aanvraag gaat vergezeld van het baggerplan en bevat tevens een specificatie van de externe en interne kosten. Van de interne kosten dient de specificatie aan te geven hoeveel uren en bijbehorende tarieven rechtstreeks voor de subsidie in aanmerking komen.
In verband met het nevendoel van de regeling om de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en waterschappen voor het baggerwerk in het bebouwd gebied te verduidelijken dient uit de aanvraag te blijken dat gemeente(n) en waterschap(pen) het plan in onderling overleg hebben opgesteld. Indien de aanvraag betrekking heeft op het gedeelte van het plangebied dat binnen het gebied van het waterschap is gelegen moet de door de gemeente in overeenstemming met de betrokken waterschappen vastgestelde verdeling van het maximumbedrag over de betrokken waterschappen in de aanvraag zijn opgenomen.

Artikel 6, eerste lid, onder c

In dit artikel wordt het eenmalige karakter van deze regeling tot uitdrukking gebracht. Indien voor het desbetreffende plangebied of het gedeelte van het plangebied reeds eerder een baggerplan is opgesteld waarvoor op basis van deze regeling subsidie is verstrekt, wordt de subsidie geweigerd.

Artikel 7

Op basis van het eerste lid vindt de betaling van het subsidiebedrag in beginsel binnen vier weken na de bekendmaking van de beschikking tot subsidievaststelling plaats. Het op basis van artikel 3, eerste lid, geldend subsidieplafond strekt zich echter uit over drie begrotingsjaren. Het is derhalve mogelijk dat het totaal bedrag aan in de jaren 2000 en 2001 vastgestelde subsidies hoger is dan het beschikbare begrotingsbedrag voor het jaar 2000 dan wel voor het jaar 2001. Op basis van het tweede en derde lid van dit artikel kan de betaling van in 2000 dan wel in 2001 vastgestelde subsidiebedragen voor zover het beschikbare begrotingsbedrag voor het jaar 2000 onderscheidenlijk 2001 is uitgeput in het jaar 2001 dan wel in het jaar 2002 geschieden. Ingevolge het vierde lid van dit artikel geschiedt de betaling van de vastgestelde subsidiebedragen in de volgorde van de data van bekendmaking van de beschikkingen tot subsidievaststelling.

Artikel 8

Dit artikel is opgenomen om de rechtmatigheid en doelmatigheid van de regeling desgewenst te kunnen evalueren.

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,


drs J.M. de Vries



auteur: Bastien Mensink | publicatiedatum: 27-07-2000

Pagina
print versie

Laatste nieuws
Sanering bodem Ketelmeer-West
Baggerwerkzaamheden in grachten Zwartsluis
Waterschap pakt Nunbeek aan
Sdu uitgvers publiceert Praktijkboek Waterbodem
MWH lanceert het Handboek Waterbodem
Sint kan weer vlot en veilig door Groningse grachten varen!
Aangepast TOWABO verwacht in juli en september 2008
Baggerslib in tube direct bruikbaar als oeverbeschoeiing
Besluit bodemkwaliteit per 1 juli volledig van kracht
Grachten en vaarten in Sneek weer schoon

Software
ASAP Utilities (Excel)
BOKS
BoorManager
Towabo/Bever

Nieuws te melden?
Heeft uw bedrijf nieuws te melden en wilt u in aanmerking komen voor publicatie op waterbodem.nl? Stuur dan uw nieuws, productnieuws of persbericht naar de redactie ....



realisatie website en online marketing:
eGate Internet Solutions


redactie:
Merijn Bolkestein
Bastien Mensink