waterbodem.nl, alles op het gebied van waterbodem, onderzoek, beleid, onderhoud, baggerwerkzaamheden, verwerkingstechnieken, toepassingsmogelijkheden baggerspecie, storten, depots, slibdepot, automatisering etc.

Nieuws
alle berichten
algemeen
baggeren
beleid
depots
kwaliteit
meten en analyseren
normering
protesten en acties
risico's
verwerking

Artikelen
baggerplannen
beleid
NVN5720
probleemstoffen
protocollen
toetsing
veldonderzoek
verwerking

Literatuur
Nieuwsbrieven
Publicaties

Handig
begrippenlijst
afkortingen
klasse-indeling
agenda
normen
vacatures
links

Informatie
colofon
contact





2000-2017 : Wegens tijdgebrek is de info niet overal meer actueel
Begrippenlijst
abiotisch milieu
Hiermee worden de niet levende componenten van het milieu bedoeld, grofweg bodem water en lucht. De toestand van het abiotische milieu beļnvloedt het biotische milieu waarin zich de levende organismen bevinden.

accumulatie
Het woord accumulatie omschrijft de algemene term voor ophoping. Wanneer een opname van (gif)stoffen groter is dan de afbraak of uitscheiding, treedt accumulatie op. Dit kan ook optreden als de bodem meer van een stof ontvangt dan dat er verdwijnt door uitspoeling, afbraak of opname door gewassen.

achtergrondconcentratie
Hieronder verstaat men een verschijnsel dat van nature voorkomt. De achtergrondwaarde van verontreinigende stoffen in de bodem noemt men de referentiewaarde. In een grootschalig onderzoek zijn in het verleden de achtergrondwaarden voor de Nederlandse bodem vastgesteld. Dit is gebeurd door van een aantal natuurterreinen de van nature voorkomende concentraties metalen vast te stellen. Deze verschillen per bodemsoort omdat ze afhankelijk zijn van het organisch stof en lutum gehalte. Om per bodemsoort de referentiewaarde te kunnen bereken heeft met een bodemtype correctiefactor ingevoerd.

achtergrondwaarde
Hieronder verstaat men een verschijnsel dat van nature voorkomt. De achtergrondwaarde van verontreinigende stoffen in de bodem noemt men de referentiewaarde. In een grootschalig onderzoek zijn in het verleden de achtergrondwaarden voor de Nederlandse bodem vastgesteld. Dit is gebeurd door van een aantal natuurterreinen de van nature voorkomende concentraties metalen vast te stellen. Deze verschillen per bodemsoort omdat ze afhankelijk zijn van het organisch stof en lutum gehalte. Om per bodemsoort de referentiewaarde te kunnen bereken heeft met een bodemtype correctiefactor ingevoerd.

actualisatie-onderzoek
Onderzoek dat wordt uitgevoerd om te controleren of oudere gegevens van de kwaliteit van de waterbodem nog geldig zijn.

actuele risico's
De daadwerkelijk optredende risico’s van een aanwezige verontreiniging voor mens en milieu, waarbij rekening wordt gehouden met het feitelijk gebruik van de locatie door de mens, de aanwezige soorten in het ecosysteem en lokaal optredende verspreidingsprocessen met betrekking tot het grond- en oppervlaktewater.

afbreekbaarheid van een stof
Dit heeft betrekking op de snelheid waarmee een stof door micro-organismen of door chemische reacties wordt afgebroken. Bij een volledige afbraak wordt een stof van een organische naar een anorganische vorm omgezet. Stoffen die moeilijk afbreken worden persistent genoemd. Deze stoffen kunnen lange tijd in het milieu verblijven en daar eventueel accumuleren.

afvalstroomformulier
Formulier waarmee toestemming wordt verleend voor het ontdoen van bedrijfsafval of gevaarlijk afval.

analysecertificaat
Een door het laboratorium afgegeven uniek officieel document waarop de analyseresultaten en de gebruikte methode vermeld staan.

anorganisch
Letterlijk betekent dit niet organische. Hiermee wordt aangeduid dat een verbinding niet uit plantaardig of dierlijk leven voortkomt maar uit de "dode" natuur. Tot de anorganische verbindingen behoren onder meer metalen, zouten en gesteenten inclusief klei zand en grind.

aromatische koolwaterstoffen
Dit zijn koolwaterstoffen waarbij de koolstofatomen zijn gerangschikt in de vorm van een of meer ringvormige structuren de zogenaamde benzeenringen. Vele koolwaterstoffen zijn aromatisch, bekende voorbeelden zijn benzeen, tolueen en fenol.

basisch
Aanduiding dat iets een lage zuurgraad (pH) heeft. In principe kan de zuurgraad uiteenlopen van 1 tot 14. Zeven wordt als neutraal gezien. Lagere waarden duiden op een zuur milieu, hogere waarden op een basisch milieu.

bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen of pesticiden zijn stoffen die worden ingezet tegen organismen die als hinderlijk en/of schadelijk worden ervaren. Afhankelijk van het doel van deze middelen is het mogelijk een onderverdeling te maken in grondontsmettings- en desinfectiemiddelen en onkruid-, schimmel- en insektenbestrijdingsmiddelen. Pesticiden worden al eeuwen gebruikt. Ruim voor het begin van onze jaartelling pasten Chinezen zwavel toe bij de bestrijding van schimmels (ref 1). De grote groei in het gebruik van bestrijdingsmiddelen begon in de jaren dertig en veertig met de produktie van synthetisch-organische bestrijdingsmiddelen als DDT, aldrin, quintozeen en pentachloorfenol.

bio-accumulatie
De opeenhoping van een stof in organismen of delen van organismen, waardoor de concentratie in de organismen hoger wordt dan in het omringende milieu.

bodemtype correctiefactoren
Dit zijn een aantal factoren die in een formule worden gebruikt waarmee voor een aantal verontreinigingen de concentratie kan worden berekend die van nature voorkomt (de referentiewaarde). Dit is nodig omdat de referentiewaarde afhankelijk is van het organische stof- en lutum gehalte van de betreffende bodem. Deze gehalten verschillen per type bodem.

carcinogeniteit
Deze term heeft betrekking op de eigenschap van een stof om kanker te veroorzaken.

diepgang
Gedeelte van het schip onder de waterlijn.

droge stof
In dit geval het gedeelte van een waterbodem/grond monster dat geen water bevat. Bij analyses van waterbodemmonsters worden concentraties uitgedrukt in gewichtshoeveelheid geanalyseerde verbinding per gewichtshoeveelheid onderzochte stof bijvoorbeeld mg/kg.. De gewichtshoeveelheid van de onderzochte stof varieert echter met het vochtgehalte en daarmee varieert de uitslag van de analyse ongewenst. Om dit probleem te omzeilen wordt in dergelijke gevallen de concentratie uitgedrukt in gewichtshoeveelheid geanalyseerde verbinding per gewichtshoeveelheid onderzochte stof op droge stof basis bijvoorbeeld mg/kg d.s..

eural
Europese afvalstoffenlijst.

F-klassen
Dit is een indeling om aan te geven in hoeverre stoffen bij een bodemsanering tot een veiligheidsrisico (explosie) kunnen leiden. De stoffen worden op grond van hun vlampunt ingedeeld in klasse 1F (ontvlambaar) of 2F (licht/zeer licht ontvlambaar) Dit leidt tot een voorlopige klasse indeling. Bij het uitvoeren van de bodemsanering wordt in de veldsituatie bepaald hoe groot de kans op actuele aanwezigheid van een explosief mengsel of een ontsteking is. Afhankelijk hiervan wordt de voorlopige klasse gehandhaafd of met een klasse verlaagd. Dit leidt tot een definitieve klasse indeling die ieder een specifiek pakket van beschermende maatregelen vereisen. (zie ook T-klassen waarin het blootstellingrisico wordt uitgedrukt)

gehaltetoets (zout)
Productnorm die bepalend is of zoute baggerspecie in zoute wateren verspreid mag worden.

GPS of Global Position System
Met behulp van een aantal satellieten worden in dit geval de x en y coördinaten van de boorpunten tot op een halve meter nauwkeurig vastgelegd. Oorspronkelijk werd deze techniek gebruikt voor militaire doeleinden. Ook nu nog worden de uitgezonden signalen bewust vervormd. Door het afsluiten van een speciaal abonnement worden deze vervormingen middels een FM zender gecorrigeerd. Door het gelijktijdig ontvangen van de satellietsignalen en de op FM uitgezonden correcties worden door het bijhorende softwarepakket de vervormingen weer gecorrigeerd zodat daadwerkelijk met een "militaire precisie" de plaats van de boorpunten bepaald kan worden.

grenswaarde
De grenswaarde vormt de grens tussen klasse 1 en klasse 2.

in situ
Letterlijk betekent dit "ter plekke". Het geeft aan dat iets ter plekke voorkomt of gebeurd. Een bekend voorbeeld is het bepalen van het volume slib "in situ", dus de hoeveelheid zoals het er op dat moment ligt. Met zet dit er expliciet bij omdat afhankelijk van de baggermethode het volume slib vaak toeneemt (water toevoeging, uit elkaar brokkelen).

interventiewaarde
Waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake is van ernstige of dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. Bij overschreiding van de interventiewaarde in 25m³ sediment spreekt met van een ernstig geval van waterbodemverontreiniging.

lijnvormige wateren
Oppervlaktewateren waarvan de lengte aanzienlijk groter is dan de breedte (sloten, kanalen, rivieren, beken).

lutum
Bodemdeeltjes kleiner dan 2 µm. Met name zware metalen kunnen zich sterk binden aan de lutumfractie. Klei en slib hebben over het algemeen een hoog lutumgehalte, zandgronden daarentegen bezitten een relatief laag gehalte aan lutum.

micro organismen
Dit zijn microscopisch kleine levende wezens zoals bacteriėn, schimmels, algen en eencellige dieren. Ze zijn onmisbaar voor het leven maar kunnen ook ziekten of plagen veroorzaken. Vanwege het vermogen van sommige micro organismen om zeer specifieke ( schadelijke) stoffen om te zetten in minder schadelijke wordt van micro organismen onder ander gebruik gemaakt bij biologische bodemsaneringstechnieken.

NOEC
No Observed Effect Concentration. Hoogste concentratie waarbij nog geen effect van een verontreinigende stof op een organisme wordt waargenomen (o.b.v. chronische toxiciteit).

organoleptisch
Hieronder verstaat men datgene wat men met de zintuigen (reuk, zicht) kan waarnemen. Het wordt onder ander gebruikt bij het veldwerk als een eerste beoordeling van mogelijk aanwezige bodemverontreinigingen.

polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK)
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) zijn teerachtige stoffen die onstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of (bij de mindere keukengoden) levensmiddelen. Tot de PAK rekent men enkele honderden verwante stoffen die over het algemeen met een aantal tegelijk voorkomen. Bij de uitvoering van milieukundig waterbodemonderzoek wordt over het algemeen gekeken naar een tiental veel voorkomende PAK. Deze PAK worden representatief geacht voor de hele groep stoffen.
PAK wordt in de Nederlandse waterbodems relatief vaak in verhoogde gehalten waargenomen. Bij de aanleg van steigers en beschoeiingen werd in het verleden veelvuldig gebruik gemaakt van met creosoot-olie verduurzaamd hout. Het verduurzaamde hout zorgt jaarlijks voor een nalevering van PAK naar de waterbodem. Een andere belangrijke PAK bron is het gebruik van teer onder de waterlijn van stalen schepen. Het teer onder de waterlijn voorkomt roestvorming en de aangroei van algen. PAK's hechten zich relatief goed aan fijne slibdeeltjes, waardoor een verspreiding over grote afstanden mogelijk is. In onze artikelen leest u meer over PAK.

protocol
Een voorschrift waarin beschreven staat hoe een onderzoek dient plaats te vinden. Een bekend voorbeeld is het protocol voor nader onderzoek.

resistentie
Het weerstandsvermogen van een organisme tegen bepaalde stoffen bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen. De resistentie kan worden verhoogd door vaak dezelfde stoffen toe te passen.

risicobeoordeling
Het inschatten van de risico’s voor mens, ecosysteem en verspreiding naar grond- en oppervlaktewater.

SCG
Het Service Centrum Grond is belast met het beoordelen van de reinigbaarheid van grond en baggerspecie en het afgeven van een verklaring van niet-reinigbaarheid.

standaardbodem
Dit is een bodemsoort met 10 mg/kg organische stof (humus) en 25 mg/kg lutum. De gehalten aan humus en lutum bepalen in grote mate de mogelijkheid waarmee een bodem bepaalde verontreinigingen kan absorberen. Dit geldt vooral voor zware metalen en een aantal organische stoffen. Om deze reden is de referentiewaarde voor een aantal stoffen afhankelijk gesteld van het gehalte aan humus en lutum. Door het toepassen van een bodemcorrectiefactor kunnen voor ieder bodemtype de referentiewaarden berekend worden.

streefwaarde
Waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft waarbij de functionele eigenschappen van een bepaald compartiment voor mens, plant en dier zijn veiliggesteld.

T-klassen
Dit is een indeling om aan te geven in hoeverre stoffen bij een bodemsanering tot een gezondheidsrisico kunnen leiden. Hiertoe worden stoffen ingedeeld in de klasse 1T (schadelijk), 2T (giftig) en 3T (zeer giftig). Dit leidt tot een voorlopige klasse indeling. Tijdens de bodemsanering wordt in het veld bekeken hoe groot de is op een actuele aanwezigheid of blootstelling aan giftige stoffen. Afhankelijk van de uitkomst wordt de voorlopige klasse gehandhaafd of met een klasse verhoogd of verlaagd. Iedere klasse heeft zijn eigen specifieke pakket van beschermingsmaatregelen. (zie ook F-klasse)

toetsingswaarde
Productnorm die bepalend is of zoete baggerspecie (onder voorwaarden) op land of in zoet oppervlaktewater verspreid mag worden.

verspreiding
Het transport van verontreinigende stof(fen) in de bodem, naar het oppervlaktewater, de atmosfeer of andere media.

waterbodem
Onder waterbodems wordt alle bodem die zich onder het wateroppervlak bevindt verstaan. Nederland is een land vol water. De meeste van deze wateren worden van nature in de loop der tijd ondieper door sedimentatie van slib en plantenresten. Deze sedimentatie kan tot problemen leiden wanneer het water te ondiep wordt voor bijvoorbeeld een goede waterhuishouding of de scheepvaart. Lozingen op oppervlaktewater in het verleden, bijvoorbeeld industriėn en riooloverstorten, en aanvoer van verontreinigingen via de grote rivieren uit het buitenland hebben er de afgelopen decennia voor gezorgd dat veel waterbodems matig tot sterk zijn verontreinigd.

watervoerend pakket
Een bodemlaag die water doorvoert en die aan boven- en onderzijde begrensd wordt door een ondoorlatende laag of door een vrije waterspiegel.

Wbm
Wbm staat voor Wet belasting op milieu-grondslag. In deze wet is een heffing opgenomen voor het storten van "reinigbare" baggerspecie. Reinigbaar houdt in dat het zandpercentage in baggerspecie hoger ligt dan zestig procent.

worst-case scenario
Scenario dat uitgaat van de minst gunstige verontreinigingssituatie en –omstandigheden.

zand
Deeltjesfractie in baggerspecie groter dan 63 µm.

zware metalen
Aanduiding voor een groep metalen die enigszins vergelijkbaar gedrag vertoont (soortelijk gewicht > 5 gr/cm3). Komen van nature voor en zijn niet-organisch. Meestal worden hiermee de volgende metalen bedoeld: cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel, zink. Meestal wordt het metalloļde (halfmetaal) arseen ook tot deze groep gerekend.




Pagina

Laatste nieuws
Sanering bodem Ketelmeer-West
Baggerwerkzaamheden in grachten Zwartsluis
Waterschap pakt Nunbeek aan
Sdu uitgvers publiceert Praktijkboek Waterbodem
MWH lanceert het Handboek Waterbodem
Sint kan weer vlot en veilig door Groningse grachten varen!
Aangepast TOWABO verwacht in juli en september 2008
Baggerslib in tube direct bruikbaar als oeverbeschoeiing
Besluit bodemkwaliteit per 1 juli volledig van kracht
Grachten en vaarten in Sneek weer schoon

Software
ASAP Utilities (Excel)
BOKS
BoorManager
Towabo/Bever

Nieuws te melden?
Heeft uw bedrijf nieuws te melden en wilt u in aanmerking komen voor publicatie op waterbodem.nl? Stuur dan uw nieuws, productnieuws of persbericht naar de redactie ....



realisatie website en online marketing:
eGate Internet Solutions


redactie:
Merijn Bolkestein
Bastien Mensink